‘Als iemand me al aankeek, werd ik boos’

Ferdinand: als iemand me aankeek, werd ik al boos

“Ik groeide op in Suriname. Op een dag kwam mijn moeder, die in Nederland woonde, me halen. Mijn vader zag ik daarna nooit meer. Hij overleed toen ik acht was. En dan ben je boos; je bent jong en je hebt geen vader meer. Ik deed van alles wat niet mocht. Er was niemand die mij corrigeerde.”

Als iemand me al aankeek, werd ik boos

Ferdinand is achttien jaar als ook zijn moeder overlijdt. “Ik droeg toen een kruisje. Toen mijn moeder overleed, was ik zo boos. Ik zei tegen God: ‘Waarom heb je mijn moeder weggenomen?’ Het kruisje heb ik weggegooid op straat. Achteraf ging ik nog zoeken, maar ik heb het nooit meer gevonden.” Ferdinand voelt zich alleen en verlaten. “Ik werd heel agressief, ik was echt een vechtersbaas. Ik pikte niks van mensen. Als iemand me al aankeek, werd ik boos.”

Oompie, waarom huilt u?

Dan gaat Ferdinands relatie uit en valt hij in een isolement. “Ik ben tientallen kilo’s afgevallen. Ik zag de zin van het leven niet meer in. Mijn ex, de enige die van mij hield op het moment dat mijn moeder er niet meer was, had het uitgemaakt.” Ferdinand verblijft op dat moment bij zijn zus. “Mijn zusje vroeg me of ik de volgende dag mijn nichtje naar school wilde brengen. Toen is mijn leven een beetje omgedraaid. Mijn nichtje kwam mijn kamer binnen en ik begon te huilen. Ze vroeg me: ‘Oompie, waarom huilt u?’ Ik zei: ‘Ik heb nog geen eens geld om naar werk te komen, ik heb geen geld voor een strippenkaart.’ En ik zie haar zo weglopen. Even later komt ze terug met een spaarpot. Ik ga er nog steeds van huilen, het zit diep. Ze gaf me tien euro en vroeg me of dat genoeg was om naar werk te komen. Toen dacht ik: ik moet weer opkrabbelen, ik moet mezelf weer terugvinden.”

Ze was een engel

Ferdinand ontmoet Audrey, zijn huidige vriendin. “Ze was een engel, een echte engel. Zij bleef in mij geloven, terwijl ik niks had. Ik zat diep in de schulden, had geen goede baan en geen huis. Dankzij haar en mijn schoonouders ben ik de man geworden die hier nu staat.” Ferdinand trekt in bij zijn schoonouders en zijn vriendin, tot hij weer op eigen benen kan staan. “Zij gaven mij alle dingen die ik miste: liefde, verzorging, aandacht, troost. Elke ochtend maakte mijn schoonmoeder me om 05.30 uur wakker voor mijn werk. Dag in dag uit maakte ze ontbijt voor me, zette ze thee voor me, kocht ze strippenkaarten voor me. Wie doet dat nou?”

Wie is God dan?

“Op een gegeven moment vroeg mijn schoonvader of ik niet bij hem op de bus wilde werken. Ik dacht eerst: nee joh, dat is niets voor mij. Maar ik besloot het toch te gaan doen. Zij deden zo hun best voor mij, ik wilde dat ook voor hen doen. Ik werd aangenomen en ik zit er nu al twaalf jaar.” Inmiddels is Ferdinand schuldenvrij en heeft hij een eigen huis met Audrey. “Zeven jaar geleden was ze zwanger, toen kwam onze dochter, Arianna. Ik bracht haar altijd naar bed en bad dan met haar: ‘God, we zijn zo dankbaar voor wat we hebben, dankbaar voor wie we zijn, dankbaar voor een dak boven ons hoofd. We zijn dankbaar voor dit leven.’ Op een avond vraagt ze me: ‘Papa, wie is God?’ En ik wist het eigenlijk niet. Wie is God dan?” Ferdinand praat met Audrey en vertelt haar dat hij een keer naar de kerk wil gaan. Zij wil ook. Ze besluiten naar City Life Church te gaan. Ze worden enthousiast en Ferdinand besluit om niet meer weg te gaan: “Elke zondag die ik kon, ben ik gegaan.”

Geef mij maar bewijs!

“Tijdens een kerkdienst, vertelde een man over Alpha. Met gratis eten. Ik was gelijk enthousiast.” Ferdinand is elke Alpha-bijeenkomst aanwezig. “Als je aan mij vroeg of ik geloofde dat Jezus had bestaan, had ik nee gezegd. Geef mij maar bewijs. Laat mij maar een YouTube-filmpje zien. Maar op een gegeven moment, Alpha was bijna klaar, zei ik: ‘Weet je, ik geloof echt dat Jezus uit de dood is opgestaan.’ Ik merkte dat ik ook mensen ging vertellen wat ik bij Alpha had geleerd. Het mooiste wat ik bij Alpha leerde was om God centraal te zetten. In mijn leven, in mijn gezin, in mijn relatie… in mijn werk zelfs. Alpha liet me zien dat een leven met Jezus echt mooi is. Ik zit nu in City Life Church en ik wil daar gewoon niet weg. Ik heb het naar mijn zin.”

‘Bless you’

Inmiddels is Ferdinand nog een keer vader geworden, van Noël. Samen met zijn gezin gaat hij elke zondag naar de kerk, waar hij in het welkomstteam meedoet en helpt bij de kinderdiensten. “Ik word nog steeds geïrriteerd als ik rijd en iemand snijdt mij af. Maar waar ik vroeger echt boos kon worden, denk ik nu: ‘bless you’. Als iemand in de bus komt die niet wil betalen, word ik niet meer boos. Ik denk gewoon: ‘bless you’, en ik ga gewoon weer verder.”

Meer over dit onderwerp lezen?